| Zich voorstellen | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Zich voorstellen | Luister aandachtig naar Nina. Lees de zinnen en duid aan of ze waar of niet waar zijn. | ![]() ![]() ![]() |
| 02 · Zich voorstellen | Luister aandachtig naar Pietro. Lees de zinnen en duid aan of ze waar of niet waar zijn. | ![]() ![]() ![]() |
| 03 · Zich voorstellen | Lees de vragen aan Manuel en plaats telkens de passende antwoorden erbij. | ![]() ![]() |
| 04 · Persoonlijke situatie | Bekijk de pictogrammen. Vul de zinnen aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 05 · Persoonlijke situatie | Kies uit de lijst de zin / vraag met dezelfde betekenis. | ![]() ![]() |
| 06 · Familie - mijn stamboom | Zoek waar ik sta in de stamboom. Kijk wie mijn familie is. Vul daarna het kruiswoordraadsel in. | ![]() ![]() |
| 07 · Familie - een stamboom | Bekijk de stamboom en vul de zinnen aan met de woorden uit de lijst. Sommige woorden moet je twee keer gebruiken. | ![]() ![]() |
| 08 · De koninklijke familie | Bekijk de stamboom van de Belgische koninklijke familie. Vul de ontbrekende woorden aan. | ![]() ![]() |
| 09 · Uitspraak / spelling klinkers | Lees aandachtig de uitleg over korte en lange klanken. Lees de voorbeelden en beluister. | ![]() ![]() |
| 10 · Uitspraak / spelling klinkers | Luister naar het woord. Duid aan wat het meervoud is van het woord dat je hoort. | ![]() ![]() |
| 11 · Werkwoorden: presens | Vervoeg de werkwoorden in het presens. | ![]() ![]() |
| Verjaardagsfeest | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Uitnodiging verjaardagsfeest | Lees eerst de e-mail. Beantwoord daarna de vragen. | ![]() ![]() |
| 02 · Uitnodiging verjaardagsfeest | Vul de uitnodiging aan met woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 03 · Uitnodiging - reacties | Lees de berichtjes en kies: zal de persoon aanwezig of afwezig zijn? | ![]() ![]() |
| 04 · Uitnodiging - positieve reacties | Deze mensen zullen komen naar het feest. Vul hun reacties aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 05 · Uitnodiging - negatieve reacties | Deze mensen komen niet naar het feest. Vul hun reacties aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 06 · Uitnodiging - woordenschat | Combineer de zinnen met dezelfde betekenis. | ![]() ![]() |
| 07 · Want / omdat | Kies het juiste voegwoord: "want" of "omdat". | ![]() ![]() |
| 08 · Want / omdat | Plaats de zinnen met "want" of "omdat" in de juiste volgorde. | ![]() ![]() |
| 09 · Adjectieven | Kies de juiste vorm van het adjectief: met of zonder -e. | ![]() ![]() |
| 10 · Adjectieven | Vul bij elk substantief de juiste vorm van het adjectief in: met of zonder -e. | ![]() ![]() |
| 11 · Adjectieven | Vul de juiste vorm van het adjectief in: met of zonder -e. | ![]() ![]() |
| 12 · Tijd - de klok | Lees en luister hoe we de tijd uitdrukken in het Nederlands. | ![]() ![]() ![]() |
| 13 · Tijd - de klok | Bekijk de digitale klokken en zeg hoe laat het is. Schrijf alle getallen in cijfers. Gebruik voor de uren getallen van 1 tot 12. | ![]() ![]() |
| 14 · Tijd - de klok | Luister naar de zinnen en vul het uur in zoals in de voorbeelden. Soms blijkt uit de context over welk deel van de dag het gaat. | ![]() ![]() |
| 15 · Tijd - dagen, maanden, seizoenen | Bestudeer de dagen, maanden en seizoenen. Luister naar de uitspraak. | ![]() ![]() ![]() |
| 16 · Tijd - dagen, maanden, seizoenen | Kijk naar het kalenderblaadje. Vul de zin aan met de correcte dag en maand. Duid aan in welk seizoen deze datum valt. | ![]() ![]() |
| 17 · Tijd - welke dag? | Bestudeer het schema. Combineer daarna elke zin met de juiste datum. | ![]() ![]() |
| 18 · Verjaardagskalender | Bekijk de verjaardagskalender. Luister naar de zinnen en kies de juiste naam uit de lijst. | ![]() ![]() ![]() |
| Weerbericht | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Welk weer is het? | Plaats bij elke afbeelding de bijbehorende zin. | ![]() ![]() |
| 02 · Welk weer is het? | Kijk naar de afbeeldingen en lees de zin. Kies uit de lijst de zin met dezelfde betekenis. | ![]() ![]() |
| 03 · Vier weerelementen | Rangschik de woorden telkens van minder naar meer. Lees de instructie in de linkerkolom. | ![]() ![]() |
| 04 · Het weer - synoniemen | Zet de zinnen met dezelfde betekenis samen. | ![]() ![]() |
| 05 · Het weer - antoniemen | Volg de instructies in de oefening. | ![]() ![]() |
| 06 · Het weer - adjectieven | Kies het passende adjectief uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 07 · Windrichtingen en windkracht | Kies de passende windrichtingen uit de lijst. Bestudeer daarna de info over windkracht. | ![]() ![]() |
| 08 · Het weerbericht - luisteren | Luister naar de weerberichten en kies telkens de bijpassende foto. Klik de foto aan in de lijst boven de oefening. | ![]() ![]() ![]() |
| 09 · Het weerbericht - luisteren | Luister naar de weerberichten en vul de ontbrekende woorden in. | ![]() ![]() ![]() |
| 10 · Het weerbericht - luisteren | Luister naar het weerbericht en duid aan welke pictogrammen overeenkomen met de inhoud. | ![]() ![]() ![]() |
| 11 · Het weerbericht - lezen | Kijk naar de weerkaart. Lees de tekst en bekijk de hints. Vul aan met de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 12 · Het weerbericht - lezen / luisteren | Lees en beluister de weerberichten. Zoek de bijpassende weerkaart en kies de juiste dag. | ![]() ![]() ![]() |
| 13 · Het weerbericht - luisteren | Luister naar deel 1 van het weerbericht. Lees de zinnen en kies "juist" of "fout". | ![]() ![]() ![]() |
| 14 · Het weerbericht - luisteren | Luister naar deel 2 van het weerbericht. Lees de zinnen en kies "juist" of "fout". | ![]() ![]() ![]() |
| 15 · Het weerbericht | Lees de tekst, bekijk de hints en vul de ontbrekende woorden in. In elk invulveld mag je één woord invullen. | ![]() ![]() ![]() |
| 16 · Het weer - uitdrukkingen | Lees de uitdrukkingen en zoek de juiste betekenis. | ![]() ![]() |
| 17 · Het weer - uitdrukkingen | Vul de zinnen aan met de best passende uitdrukking uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 18 · Werkwoorden: presens | Vul de werkwoorden aan met d / t / dt. Je krijgt een hint met de infinitief van het werkwoord. | ![]() ![]() |
| Gezonde voeding | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Gezonde lunch | Lees de tekst en bekijk de foto's en de uitleg. | ![]() ![]() |
| 02 · Gezonde lunch | Lees de tekst opnieuw. Lees de zinnen en kies tussen "juist" of "fout". | ![]() ![]() |
| 03 · De voedingsdriehoek | Bestudeer de voedingsdriehoek en de woorden die erbij staan. | ![]() ![]() |
| 04 · Gezonde lunch - voedingsdriehoek | Plaats de woorden uit de lijst in de passende categorie. | ![]() ![]() |
| 05 · De voedingsdriehoek | Bekijk de video op YouTube. Los daarna de vragen op. | ![]() |
| 06 · Voeding - categorieën | Bekijk de afbeeldingen. Kies de juiste antwoorden in de keuzemenu's en vind telkens de indringer! | ![]() ![]() |
| 07 · Voeding - categorieën | Bekijk de afbeeldingen. Kies de juiste antwoorden in de keuzemenu's en vind zo nodig de indringer. | ![]() ![]() |
| 08 · Voeding - categorieën | Bekijk de afbeeldingen. Kies de juiste antwoorden in de keuzemenu's en vind zo nodig de indringer. | ![]() ![]() |
| 09 · Fruit | Kijk naar de afbeelding en plaats bij elk nummer het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 10 · Groenten | Kijk naar de afbeelding en plaats bij elk nummer het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 11 · Dranken | Kijk naar de foto en vul de zin aan met de passende drank uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 12 · Recept: kaas-yoghurtcake | Kijk naar de foto en vul de zin aan met het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 13 · Vegetariër? | Luister naar de dialoog en beantwoord de vragen. | ![]() ![]() ![]() |
| 14 · Vegetariër? | Lees de tekst, kijk naar de foto's en kies de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 15 · Porties | Lees de uitleg over wel/geen lidwoord. Kies de juiste benaming voor de portie of hoeveelheid. | ![]() ![]() |
| 16 · Porties | Kies de juiste benaming voor de portie of hoeveelheid. Tip: kijk goed naar de foto's! | ![]() ![]() |
| 17 · Maatwoorden | Lees de uitleg over wel/geen lidwoord. Kies het juiste maatwoord of de juiste verpakking. Tip: kijk goed naar de foto's! | ![]() ![]() |
| 18 · Lidwoord / geen lidwoord | Maak de juiste keuze: "een" of "-" (= geen lidwoord). | ![]() ![]() |
| 19 · Niet, geen, niet / geen meer, nog niet / geen | Vul de gaps aan om een negatief antwoord te geven op de vraag. Gebruik "niet", "geen", "niet meer", "geen ... meer", "nog niet" of "nog geen". | ![]() ![]() |
| 20 · Niet, geen, niet / geen meer, nog niet / geen | Vul de zinnen aan met de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 21 · Recept: lasagne bolognaise (1) | Vul de ingrediënten voor de lasagne aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 22 · Recept: lasagne bolognaise (2) | Lees de tekst en kijk naar de foto's. Vul de onvolledige woorden aan. Let op de werkwoorden in de imperatiefvorm die in vetjes staan. | ![]() ![]() |
| 23 · Imperatief | Vul de tekst aan met de imperatieven van de werkwoorden tussen haakjes. | ![]() ![]() |
| 24 · Voeding - handelingen | Combineer elke foto met de passende omschrijving. | ![]() ![]() |
| 25 · Voeding - handelingen | Kijk naar de foto's. Kies het passende werkwoord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| Wonen | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Waar woon jij? | Luister naar Sarah, Thomas en Sofie. Kijk naar de foto's. Welke woning hoort bij deze personen? | ![]() ![]() ![]() |
| 02 · Waar woon jij? | Rangschik de woorden telkens van minder naar meer. Lees de instructie in de linkerkolom. | ![]() |
| 03 · Indeling van het huis | Kijk naar de indeling van het huis. Plaats bij elk getal het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 04 · Indeling van het huis | Lees de tekst van Sofie. Kijk naar de foto's en vul de tekst aan met de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 05 · Ons vakantiehuis | Luister en vul bij elk nummer de passende ruimte aan uit de lijst. | ![]() ![]() ![]() |
| 06 · Plattegrond | Luister naar de omschrijvingen. Bij welke plattegrond hoort elke omschrijving? | ![]() ![]() ![]() |
| 07 · Plattegrond | Bekijk de plattegrond en schrijf een tekst volgens de instructies. | ![]() ![]() |
| 08 · Inrichting van het huis | Bekijk de woorden bij de foto's. Bij welke ruimte van het huis horen deze voorwerpen? Plaats de letters in de juiste volgorde. Bestudeer de woordenschat. | ![]() ![]() |
| 09 · Inrichting van het huis | Bekijk de woorden bij de foto's. Bij welke ruimte van het huis horen deze voorwerpen? Plaats de letters in de juiste volgorde. Bestudeer de woordenschat. | ![]() ![]() |
| 10 · De keuken | Kijk naar de afbeelding. Plaats daarna bij elk getal het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 11 · De woonkamer | Bij elk getal op de afbeelding hoort een zin. Vul die zin aan met het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 12 · De badkamer | Kijk bij elke zin naar de foto met hetzelfde nummer. Zoek dan het passende einde van de zin. | ![]() ![]() |
| 13 · De slaapkamer | Kijk bij elke zin naar de foto met hetzelfde nummer. Zoek dan het passende einde van de zin. | ![]() ![]() |
| 14 · Het bureau / de studeerkamer | Kijk naar de afbeelding. Plaats daarna bij elk getal het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 15 · De wasplaats | Kijk bij elke zin naar de foto met hetzelfde nummer. Zoek dan het passende einde van de zin. | ![]() ![]() |
| 16 · Inrichting van het huis | In elk rijtje staat één woord dat er niet thuishoort. Om welk woord gaat het? Maak de juiste keuze. | ![]() ![]() |
| 17 · Keuken en badkamer | Bekijk de omschrijvingen en de foto's en vul het kruiswoordraadsel in. | ![]() ![]() |
| 18 · Inrichting - enkelvoud en meervoud | Kijk naar de foto. Vul het woord aan in het enkelvoud en geef daarna het meervoud. | ![]() ![]() |
| 19 · Inrichting - samenstellingen | Vul de samenstellingen aan door het passende woord uit de lijst te typen in het tekstveld. | ![]() ![]() |
| 20 · Positiewerkwoorden | Kijk naar de foto's en kies het passende positiewerkwoord. | ![]() ![]() |
| 21 · Voorzetsels van plaats | Kijk naar de afbeeldingen. Vul de zinnetjes aan met de passende voorzetsels uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 22 · Positiewerkwoorden en voorzetsels | Kijk naar de foto. Vul de zinnen aan met het juiste positiewerkwoord en met het passende voorzetsel uit de lijst. | ![]() ![]() |
| Boerderij en dieren | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Interview met boer Niels | Luister naar het interview. Lees de zinnen en kies tussen "waar" en "niet waar". | ![]() ![]() ![]() |
| 02 · Interview met boer Niels | Lees en herbeluister het interview en bestudeer de gelinkte info. | ![]() ![]() ![]() |
| 03 · Interview met boer Niels | Vul het interview aan met de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 04 · Het werk van een landbouwer | Lees de tekst, bekijk de hints en vervolledig de woorden. | ![]() ![]() |
| 05 · Dieren op de boerderij | Plaats bij elke foto het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 06 · De koe - luisteren | Luister naar het portret van de koe. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() ![]() |
| 07 · Het varken - lezen | Lees het portret van het varken. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() |
| 08 · Het schaap - luisteren | Luister naar het portret van het schaap. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() ![]() |
| 09 · Het paard - lezen | Lees het portret van het paard. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() |
| 10 · De kip - luisteren | Luister naar het portret van de kip. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() ![]() |
| 11 · De geit - lezen | Lees het portret van de geit. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() |
| 12 · Dierenfamilies | Vul de tabel aan met de passende woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 13 · Kenmerken dieren - herhaling | Ken je nog de kenmerken van de verschillende boerderijdieren? Geef antwoord op de vragen. | ![]() ![]() |
| 14 · Portret dieren - herhaling | Vul de zinnen aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 15 · Getallen | Volg de instructies in de oefening. | ![]() ![]() ![]() |
| 16 · Getallen | Luister naar de zinnen en vul de getallen in die je hoort. Noteer ze in cijfers! | ![]() ![]() ![]() |
| 17 · Actief / passief | Vul de passieve zinnen aan met de passende werkwoorden uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 18 · Actief / passief | Vul de passieve zinnen aan met "worden" + voltooid deelwoord. In de actieve zin staat het werkwoord telkens in vet. | ![]() ![]() |
| 19 · Actief / passief | Zet de passieve zin om in een actieve. Het eerste woord is telkens al ingevuld. | ![]() ![]() |
| 20 · Uitdrukkingen | Lees de uitdrukkingen aandachtig. Zet bij elke uitdrukking de passende betekenis. | ![]() ![]() |
| 21 · Uitdrukkingen | Lees de uitdrukkingen aandachtig. Zet bij elke uitdrukking de passende betekenis. | ![]() ![]() |
| 22 · Vergelijkende beeldspraak | Lees de vergelijkende zegswijzen aandachtig. Plaats er telkens de passende betekenis bij. | ![]() ![]() |
| 23 · Vergelijkende beeldspraak | Lees de uitleg. Klik op het passende dier uit de lijst en kies de juiste eigenschap. | ![]() ![]() |
| 24 · Vergelijkende beeldspraak | Vul de zinnen aan met de passende vergelijkende beeldspraak uit de lijst. | ![]() |
| 25 · Vergelijkende beeldspraak | Vul de zinnen aan met de passende vergelijkende beeldspraak. | ![]() ![]() |
| Lichaam en gezondheid | ||
| Naam | Instructie | Media |
| 01 · Het lichaam | Plaats bij elk nummer het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 02 · Het gezicht | Plaats bij elk nummer het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 03 · Ziek zijn | Bekijk de foto's en plaats bij elke foto de passende ziektesymptomen. | ![]() ![]() |
| 04 · Ziek zijn | Bij elke foto staat een ziektesymptoom. Zet er ook de passende zin met adjectief + de passende uitleg bij. | ![]() ![]() |
| 05 · Werkwoorden - geluiden | Luister naar de geluiden. Plaats er telkens de bijbehorende zin bij. | ![]() ![]() ![]() |
| 06 · Werkwoorden - geluiden | Lees de zin, luister naar het geluid en kies het passende woord uit de lijst. | ![]() ![]() ![]() |
| 07 · Werkwoorden - lichaam | Plaats op het einde van elke zin het passende werkwoord. | ![]() ![]() |
| 08 · Werkwoorden - lichaam | Vervolledig de zinnen met het passende werkwoord uit de lijst. | ![]() ![]() |
| 09 · Bij de dokter | Luister naar het gesprek van Samuel met zijn dokter. Beantwoord de vragen. | ![]() ![]() ![]() |
| 10 · Bij de dokter | Lees het gesprek, bekijk de hints en vul aan met de woorden uit de lijst. | ![]() ![]() ![]() |
| 11 · Bij de dokter | Luister naar de gesprekjes tussen dokter en patiënt. Kies telkens de bijpassende foto uit de lijst. | ![]() ![]() ![]() |
| 12 · Bij de dokter | Lees wat de patiënt zegt. Plaats er de passende reactie van de dokter bij. | ![]() ![]() |
| 13 · Geneesmiddelen | Kijk naar de foto's en plaats er telkens de passende zin bij. | ![]() ![]() |
In de kolom Media wordt aangegeven welke multimedia-bestanden aan de oefening gelinkt zijn:
= geluid,
= beeld,
= video,
= informatie- en/of grammaticapagina.