• digiTAAL werkboek • Nederlands • NL Spelling • Inventaris

01 ∑ Werkwoorden
Naam Instructie Media
01 ∑ Tegenwoordige tijd - basis Schrijf de werkwoorden die onderaan verschijnen in de tegenwoordige tijd.  html
02 ∑ Tegenwoordige tijd - basis Schrijf de werkwoorden in de tegenwoordige tijd.  html
03 ∑ Tegenwoordige tijd - basis Luister naar de infinitieven en schrijf dan de werkwoorden in de tegenwoordige tijd.  audio  html
04 ∑ Onvoltooid tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd - basis Luister naar de infinitief. Schrijf vervolgens dat werkwoord in de onvoltooid tegenwoordige tijd en in de voltooid tegenwoordige tijd.  audio  html
05 ∑ Onvoltooid tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd Kies de juiste vorm in deze context!  html
06 ∑ Onvoltooid tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd - basis Lees de infinitief, luister naar het geluidsbestand en schrijf de zin die je hoort. Let op: een zin begint altijd met een hoofdletter!  audio  html
07 ∑ Onvoltooid tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd - basis Lees de infinitief, luister naar het geluidsbestand en schrijf de zin die je hoort. Let op: een zin begint altijd met een hoofdletter!  audio  html
08 ∑ Onvoltooid tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd - basis Lees de infinitief, luister naar het geluidsbestand en schrijf de zin die je hoort. Let op: een zin begint altijd met een hoofdletter!  audio  html
09 ∑ Voltooid tegenwoordige tijd - basis Luister eerst naar de woordgroep met een infinitief. Kies het juiste hulpwerkwoord uit de lijst en schrijf vervolgens de woordgroep uit het geluidsbestand met het werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd in de zin.  audio  html
10 ∑ Onvoltooid verleden tijd Schrijf de werkwoorden die onderaan verschijnen in de juiste vorm van de onvoltooid verleden tijd.  html
11 ∑ Onvoltooid verleden tijd Schrijf de werkwoorden die onderaan verschijnen in de juiste vorm van de onvoltooid verleden tijd.  html

 

02 ∑ Engelse werkwoorden in het Nederlands
Naam Instructie Media
01 ∑ Vervoeging van Engelse werkwoorden (stam) Schrijf zowel de Nederlandse infinitief als de stam van deze Engelse werkwoorden.  html
02 ∑ Vervoeging van Engelse werkwoorden (ott) Schrijf de infinitieven in de tegenwoordige tijd (O.T.T.).  html
03 ∑ Vervoeging van Engelse werkwoorden (voltooid deelwoord) Luister naar de infinitieven en schrijf vervolgens het voltooid deelwoord.  audio  html
04 ∑ Vervoeging van Engelse werkwoorden (verleden tijd) Je hoort een zin in de tegenwoordige tijd. Schrijf het werkwoord van de zin in de verleden tijd.  audio  html

 

03 ∑ Hoofdletters / kleine letters
Naam Instructie Media
01 ∑ Hoofdletters/kleine letters Is het volgende woord met een hoofdletter of kleine letter geschrijven? Kies de juiste letter.  html
02 ∑ Hoofdletters/kleine letters Is het volgende woord met een hoofdletter of kleine letter geschrijven? Kies de juiste letter.  html
03 ∑ Hoofdletters/kleine letters Is het volgende woord met een hoofdletter of kleine letter geschreven? Kies de juiste letter.  html
04 ∑ Hoofdletters/kleine letters Is het volgende woord met een hoofdletter of kleine letter geschrijven? Kies de juiste letter.  html

 

04 ∑ Tussenletters
Naam Instructie Media
01 ∑ Regels voor tussenletters -e- en -en- in samenstellingen Bepaal van elk woord in vetjes de samenstelling. Lees vervolgens aandachtig de regels en kies de regel die van toepassing is op de samenstelling. -
02 ∑ Regels voor tussenletters -e- en -en- in samenstellingen Welke woorden uit de lijst worden gevormd zoals de regel beschrijft? -
03 ∑ Regels voor tussenletters -e- en -en- in samenstellingen Plaats naast elk woord de respectievelijke regel voor het schrijven van de samenstelling. Kies vervolgens een gelijkaardig voorbeeld uit de derde kolom. -
04 ∑ Uitzonderingen op de regels voor tussenletters -e- en -en- in samenstellingen Lees aandachtig de uitzonderingen en kies vervolgens de woorden uit de lijst die een toepassing zijn op de respectievelijke uitzonderingen. -
05 ∑ Tussenletters -e- en -en- in afleidingen Lees aandachtig de regels voor de afleidingen en kies vervolgens de woorden uit de lijst die een toepassing zijn op de respectievelijke regel of uitzondering. -
06 ∑ Tussenletters -e- en -en- Kies de juiste tussenletter(s).  html
07 ∑ Tussenletters -e- en -en- Kies de juiste tussenletter(s).  html
08 ∑ Tussenletters -e- en -en- Kies de juiste tussenletter(s).  html
09 ∑ Tussenletters -e- en -en- Kies de juiste tussenletter(s).  html
10 ∑ Tussenletter -s Kies de juiste tussenletter(s).  html
11 ∑ Tussenletter -s Kies de juiste tussenletter(s).  html
12 ∑ Tussenletter -s Kies de juiste tussenletter(s).  html

 

05 ∑ Los / aan elkaar / koppelteken
Naam Instructie Media
01 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Schrijf de woorden aan de hand van de bouwstenen die onderaan op het scherm verschijnen. Denk aan de schrijfwijze: met tussenletters, aan elkaar, los of met een koppelteken!  html
02 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Kies de juiste mogelijkheid.  html
03 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Luister en vervolledig de zinnen.  audio  html
04 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Luister en vervolledig de zinnen.  audio  html
05 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Luister en schrijf het woord.  audio  html
06 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Luister en schrijf het woord.  audio  html
07 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Luister en kies dan de juiste spelling.  audio  html
08 ∑ Los, aan elkaar of koppelteken Kies de juiste spelling.  audio  html
09 ∑ Getallen Luister en schrijf het getal voluit.  audio  html
10 ∑ Getallen Schrijf deze getallen voluit.  html

 

06 ∑ Klinkerbotsing
Naam Instructie Media
01 ∑ Wat is klinkerbotsing? Kies de optie met het plusteken indien er klinkerbotsing plaatsvindt. Kies de optie met beide klinkers aan elkaar indien er geen klinkerbotsing is. -
02 ∑ Klinkerbotsing Luister en schrijf het woord.  audio  html
03 ∑ Klinkerbotsing Kies de juiste spelling.  html
04 ∑ Klinkerbotsing Luister en schrijf het woord.  audio  html
05 ∑ Klinkerbotsing: koppelteken of trema Luister en schrijf het woord.  audio  html
06 ∑ Meervouden op -iŽn en -ieŽn Schrijf het meervoud van de volgende woorden. -
07 ∑ Klinkerbotsing: dictee Luister en schrijf het woord.  audio  html

 

07 ∑ Accent- en klemtoontekens
Naam Instructie Media
01 ∑ Accenttekens Luister en schrijf het woord.  audio  html
02 ∑ Accenttekens Luister en schrijf het woord.  audio  html
03 ∑ Accenttekens Luister en schrijf het woord.  audio  html

 

08 ∑ Apostroffen
Naam Instructie Media
01 ∑ Bezitsvormen Kies de juiste bezitsvorm.  html
02 ∑ Meervouden Kies de correcte meervoudsvorm van de volgende woorden.  html
03 ∑ Meervouden Schrijf het meervoud van de volgende woorden.  html
04 ∑ Meervouden Luister en schrijf de meervoudsvorm.  audio  html
05 ∑ Weglatingstekens Tik de woorden die je hoort en gebruik een weglatingsteken.  audio  html

 

09 ∑ Verkleinwoorden
Naam Instructie Media
01 ∑ Verkleinwoorden Schrijf het verkleinwoord van de volgende woorden.  html
02 ∑ Verkleinwoorden Schrijf het verkleinwoord van de volgende woorden.  html
03 ∑ Verkleinwoorden Schrijf het verkleinwoord van de volgende woorden.  html
04 ∑ Verkleinwoorden Schrijf het verkleinwoord van de volgende woorden.  html
05 ∑ Verkleinwoorden Schrijf het verkleinwoord van de volgende woorden.  html

 

10 ∑ Afkortingen / symbolen / letterwoorden
Naam Instructie Media
01 ∑ Afkortingen - Inleiding Plaats naast elk begrip de overeenkomstige verklaring en voorbeelden. -
02 ∑ Herkennen van afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Plaats de juiste afkorting naast het volledige woord.  html
03 ∑ Herkennen van afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Plaats de juiste afkorting naast het volledige woord.  html
04 ∑ Herkennen van afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Plaats de juiste afkorting naast het volledige woord.  html
05 ∑ Afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Luister naar het volledige woord en schrijf vervolgens de afkorting.  audio  html
06 ∑ Afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Luister naar het volledige woord en schrijf vervolgens de afkorting.  audio  html
07 ∑ Afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Luister naar het volledige woord en schrijf vervolgens de afkorting.  audio  html
08 ∑ Afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Luister en schrijf het woord (letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden).  audio  html
09 ∑ Afkortingen, letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden Luister en schrijf het woord (letterwoorden, verkortingen, initiaalwoorden).  audio  html

 

11 ∑ ei/ij - au/ou - k/c/qu - t/th - s/z - x/ks
Naam Instructie Media
01 ∑ ei/ij Kies de juiste spelling.  html
02 ∑ ei/ij Kies de juiste spelling.  html
03 ∑ ei/ij Vul de woorden uit deze alfabetische lijst aan met ei of ij.  html
04 ∑ ei/ij Luister en schrijf de woorden die gedicteerd worden. Let daarbij op het gebruik van ei en ij.  audio  html
05 ∑ ei/ij Los het kruiswoordraadsel op aan de hand van de woorden uit de lijst, waarbij ei of ij is weggelaten. Schrijf het woord voluit in het kruiswoordraadsel.  html
06 ∑ ei/ij Schrijf de gedicteerde woorden van de eerste en laatste kolom. Vul de woorden uit de tweede en derde kolom aan met ei of ij.  audio  html
07 ∑ k/c/qu Kies de juiste letter: k, c of qu.  html
08 ∑ k/c/qu Schrijf de juiste letter: k, c of qu.  html
09 ∑ k/c/qu/x/ks Luister en schrijf de woorden op een correcte manier.  audio  html
10 ∑ k/c/qu/x/ks Luister en schrijf de woorden op een correcte manier.  audio  html
11 ∑ i/ie/y Luister en schrijf de woorden op een correcte manier.  audio  html
12 ∑ i/ie/y Luister en schrijf de woorden op een correcte manier.  audio  html
13 ∑ t/th Luister en schrijf de woorden op een correcte manier.  audio  html
14 ∑ t/th Vervolledig de woorden met een "t" of "th".  html
15 ∑ au/ou Vervolledig de woorden met "au" of "ou".  html
16 ∑ s/ss/z Schrijf het meervoud van volgende woorden.  html
17 ∑ s/ss/z Schrijf het meervoud van volgende woorden.  html
18 ∑ s/ss/z Kies de juiste spelling.  html
19 ∑ s/ss/z Kies de juiste spelling.  html
20 ∑ s/ss/z Luister naar de volgende meervoudsvormen van woorden en schrijf een 's', 'ss' of 'z'.  audio  html
21 ∑ f/v Kies de juiste letter: f of v.  html
22 ∑ g/ch/h Luister en schrijf de woorden op een correcte manier. Let daarbij op het gebruik van g, h en ch!  audio
23 ∑ g/ch/h Luister en schrijf de woorden op een correcte manier. Let daarbij op het gebruik van g, h en ch!  audio
24 ∑ Nederlandse equivalenten van Engelse, Franse en Duitse woorden Schrijf het Nederlandse equivalent voor de volgende Engelse, Franse en Duitse woorden. -
25 ∑ Nederlandse equivalenten van Engelse, Franse en Duitse woorden Schrijf het Nederlandse equivalent voor de volgende Engelse, Franse en Duitse woorden. -
26 ∑ Nederlandse equivalenten van Engelse, Franse en Duitse woorden Schrijf het Nederlandse equivalent voor de volgende Engelse, Franse en Duitse woorden. -
27 ∑ Nederlandse equivalenten van Engelse, Franse en Duitse woorden Schrijf het Nederlandse equivalent voor de volgende Engelse, Franse en Duitse woorden. -

 

12 ∑ Woorddictee
Naam Instructie Media
00 ∑ Info woorddictee   -
01 ∑ Woorddictee - a Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image  html
02 ∑ Woorddictee - b (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  html
03 ∑ Woorddictee - b (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
04 ∑ Woorddictee - c Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
05 ∑ Woorddictee - d Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
06 ∑ Woorddictee - e Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
07 ∑ Woorddictee - f Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
08 ∑ Woorddictee - g Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
09 ∑ Woorddictee - h Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
10 ∑ Woorddictee - i Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
11 ∑ Woorddictee - j Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
12 ∑ Woorddictee - k Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
13 ∑ Woorddictee - l (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
14 ∑ Woorddictee - l (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
15 ∑ Woorddictee - m (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
16 ∑ Woorddictee - m (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
17 ∑ Woorddictee - n Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
18 ∑ Woorddictee - o (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
19 ∑ Woorddictee - o (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
20 ∑ Woorddictee - p (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
21 ∑ Woorddictee - p (2) + q Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
22 ∑ Woorddictee - r Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
23 ∑ Woorddictee - s (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
24 ∑ Woorddictee - s (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
25 ∑ Woorddictee - t Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
26 ∑ Woorddictee - u + v (1) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
27 ∑ Woorddictee - v (2) Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio  image
28 ∑ Woorddictee - w + x Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio
29 ∑ Woorddictee - z Schrijf het gedicteerde woord. Schrijf enkel een hoofdletter waar het echt nodig is!  audio

 

13 ∑ Spellingsfouten top 100 (dictee)
Naam Instructie Media
01 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
02 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
03 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
04 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
05 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
06 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
07 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
08 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
09 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio
10 ∑ Spellingsfouten top 100 Luister en schrijf het woord.  audio

 

14 ∑ Vaak verkeerd geschreven
Naam Instructie Media
01 ∑ Van oorsprong Franse woorden met/zonder accent Kies de juiste spelling. -
02 ∑ c/k/qu/th/t/s/z (1) Kies de juiste spelling. -
03 ∑ c/k/qu/th/t/s/z (2) Kies de juiste spelling. -
04 ∑ c/k/qu/th/t/s/z (3) Kies de juiste spelling. -
05 ∑ c/k/qu/th/t/s/z (4) Kies de juiste spelling. -
06 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (1) Kies de juiste spelling. -
07 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (2) Kies de juiste spelling. -
08 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (3) Kies de juiste spelling. -
09 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (4) Kies de juiste spelling. -
10 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (5) Kies de juiste spelling. -
11 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (6) Kies de juiste spelling. -
12 ∑ Enkele of dubbele medeklinkers (7) Kies de juiste spelling. -
13 ∑ Samenstellingen Kies de juiste spelling. -
14 ∑ Samenstellingen - instinkers Kies de juiste spelling. -

In de kolom Media wordt aangegeven welke multimedia-bestanden aan de oefening gelinkt zijn:
 audio  = geluid,  image  = beeld,  video  = video,  html  = informatie- en/of grammaticapagina.